Home

Eenden vluchten

Foto Album

 

D.O.S.sier

Links

 

Duck-Side Forum 

Voor en door supporters

  

Uitslagen  Standen

 

     In gesprek met  Nick Karel

               Hij heeft inmiddels meer dan 350 competitie- en bekerwedstrijden voor DOS Kampen 1 gespeeld. Doelman Nick Karel (Kampen, 26 april 1976) heeft met dat indrukwekkende aantal zonder meer zijn naam gevestigd in de geschiedenisboeken van DOS Kampen. Toch begon Nick zijn loopbaan op het blauwe deel van sportpark De Maten. Op zesjarige leeftijd werd hij lid van vv Kampen. Na een jaartje te hebben gevoetbald belandde hij op de positie die hij tot op de dag van vandaag bekleed: doelman. 

Als A-junior maakte hij de overstap naar DOS Kampen. Bij DOS Kampen had hij direct succes. “Eigenlijk was handhaving dat jaar het doel, maar we werden direct kampioen in de derde divisie. Toen ik de overstap maakte naar de senioren kwam ik in het tweede elftal terecht. Gerrit Post was destijds trainer”, aldus Karel. 

Bij de geel-zwarten maakte hij in het seizoen 1995/1996 onder trainer Evert Fiechter zijn debuut in DOS Kampen 1. Zijn competitiedebuut werd opgeluisterd met een overwinning op Be Quick’28. Leuke bijkomstigheid daarbij was dat zijn zwager Ron Mulder voor de enige en dus winnende treffer tekende. Met het vlaggenschip van De Maten heeft Karel menig storm doorstaan. In 1998 degradeerde hij met DOS uit de hoofdklasse. Het seizoen daarop werd Nick met DOS kampioen in de eerste klasse D en daarmee werd de misstap direct weer goedgemaakt. De promotie kwam waarschijnlijk te vroeg, want het seizoen 1999/2000 zou een martelgang worden voor alles en iedereen bij DOS. Met het schamele aantal van elf punten en liefst 78 tegendoelpunten moest DOS weer een stap terug doen. 

In 2003 was promotie naar de hoofdklasse opnieuw een feit. ONS Sneek werd in een promotie-/degradatiewedstrijd met 2-1 geklopt. En hoewel het in 2005 en 2006 een dubbeltje op z’n kant was, speelt DOS Kampen sindsdien onafgebroken op het hoogste amateurniveau en blinkt Karel vrijwel wekelijks uit. In het dagelijks leven werkt Nick Karel als politieagent bij het korps Noord Oost Gelderland. Zijn standplaats is Harderwijk en in Apeldoorn volgt hij sinds een jaar een vierjarige opleiding voor hoofdagent. Het verhaal dat hij vanwege zijn werk met zijn laatste seizoen bij DOS Kampen bezig is wordt echter steeds hardnekkiger. De hoogste tijd dus om de doelman uit te nodigen voor een interview op www.duckside.nl.

 

 

 

OM MAAR GELIJK MET DE DEUR IN HUIS TE VALLEN. HET VERHAAL GAAT DAT DIT JE LAATSTE SEIZOEN IS. KLOPT DAT?

“Daar ben ik nog niet uit. Het heeft met mijn werk te maken. Voor dit lopende seizoen heb ik mijn werktijden kunnen afstemmen op het voetbal. Dat betekent dat ik op dinsdag- en donderdagavond niet hoef te werken en hetzelfde geldt voor de zaterdag. Mocht dat volgend seizoen niet mogelijk zijn dan is dit inderdaad mijn laatste seizoen. Als mijn werkgever mij ook volgend seizoen de mogelijkheid geeft om mijn werktijden op het voetbal aan te passen, dan is de kans groot dat ik doorga. Met Marcel Valk en Hans Alleman heb ik afgesproken dat ik aan het eind van 2007 hun duidelijkheid geef. Dan kan DOS eventueel op tijd maatregelen nemen voor volgend seizoen.”

 

 

OP DIT MOMENT IS HET DUS AFHANKELIJK VAN DE OPSTELLING VAN JE WERKGEVER OF JE DOORGAAT OF NIET?

“Klopt. Binnenkort heb ik het daar met ze over.”

 VORIG SEIZOEN WAS DE SITUATIE VAN DOS OMSTREEKS DEZE PERIODE BEROERD. HET REGENDE TEGENDOELPUNTEN. HOE VOELT DAT?

“Vooraf wisten we dat het een heel zwaar seizoen zou worden. Ik had er dan ook wel rekening mee gehouden. Maar toch. De eerste wedstrijd tegen Harkemase Boys kwamen we goed mee, maar lieten wij het in de laatste twintig minuten lopen. In de tweede wedstrijd wonnen we met 1-5 bij Sportclub Genemuiden. Dus dan denk je dat het misschien allemaal nog wel meevalt. Maar Genemuiden had blijkbaar een heel slechte dag en wij een heel goede dag, want de wedstrijden daarna waren vreselijk. Het was geen leuke periode. Wij waren in 2003 gepromoveerd en je hoopt dan toch dat je een keer dat stapje kunt maken naar een stabiele hoofdklasser. Daarnaast waren de trainers van de kampioen van het seizoen daarvoor gekomen. In de praktijk konden wij dat stapje echter niet maken. Dat lag niet aan Valk en Alleman. We waren in de achterhoede spelers als Erik Rotman en Kees Dorgelo kwijtgeraakt en konden dat niet opvangen. En voor je dan de ploeg weer op de rails hebt ben je een tijdje verder. Uiteindelijk is het dankzij onze vechtlust – toch ons handelsmerk - allemaal nog goed gekomen. Tevens werd de hand van Valk en Alleman steeds meer zichtbaar.”

OPVALLEND WAS WEL DAT HET HERSTEL BEGON NADAT DE DISCUSSIE OVER HET ACTIEF BENADEREN/BETALEN VAN SPELERS WEER OPLAAIDE. DE TENEUR BINNEN DE CLUB WAS DAT DE SELECTIE KWALITEIT TE KORT KWAM VOOR DE HOOFDKLASSE. HEEFT DIE DISCUSSIE JULLIE EXTRA GEMOTIVEERD?

“Het was niet leuk om te horen en misschien heeft het onbewust bij bepaalde jongens wel meegespeeld. Bij mij overigens niet. Ik wil gewoon altijd elke wedstrijd winnen. Verder moet het je natuurlijk ook gewoon meezitten. Bij Be Quick’28 wonnen wij na een 2-0 achterstand en vanaf dat moment gingen wij wedstrijden winnen. Daardoor groeide het zelfvertrouwen. We wonnen wedstrijden waar iedereen op voorhand van zei dat we die nooit konden winnen. HHC Hardenberg uit bijvoorbeeld. Al was het ook wel weer tekenend dat wij thuis met 0-4 verloren van Oranje Nassau. Ik denk ook dat wij het geluk hebben gehad dat we ondanks het slechte weer konden blijven trainen op het kunstgrasveld van de korfbalvereniging. Daardoor gingen we ook beter voetballen. Kwam er wat meer voetbal in de ploeg. Waarschijnlijk is daar toch de basis gelegd voor de tweede helft van de competitie. Inmiddels kenden de trainers de groep ook wat beter en kwamen de juiste poppetjes op de juiste plaats te staan.”

 

DIT SEIZOEN GAAT HET BETER. AL WISSELEN JULLIE GOEDE EN ZWAKKE WEDSTRIJDEN IN HOOG TEMPO AF. ER IS GEEN PEIL OP TE TREKKEN. HEB JE DAAR EEN VERKLARING VOOR?

“Dat is altijd heel lastig aan te geven. Op bepaalde belangrijke posities staan wat jonge spelers. En jonge spelers zijn vaak wisselvallig. Yoshua van Marle is een geweldig talent maar hij is pas achttien jaar. Van zo’n jongen kun je niet verwachten dat hij elke wedstrijd een topniveau haalt en weer zo’n geweldig seizoen gaat draaien. Daarnaast gaan we bepaalde wedstrijden in waar we onbewust maar 70% geven. De wedstrijd tegen Staphorst is daar een voorbeeld van. En als wij geen strijd leveren dan kunnen wij van iedereen verliezen. Ook van een ploeg als ’t Harde. We hadden daar ook met 7-0 kunnen verliezen. We hebben geen ploeg die op basis van individuele klasse een wedstrijd kan beslissen.”

HOE STERK IS HET HUIDIGE DOS KAMPEN EIGENLIJK?

“We hebben een degelijke ploeg. Een ploeg die moet weten waar het goed in is en vooral moet weten waar het niet goed in is. Als we ons daar van bewust zijn kunnen we het iedereen moeilijk maken. We hadden dit seizoen zo maar kunnen winnen van HHC Hardenberg. Verder vind ik het een groot pluspunt dat bij het huidige DOS veel Kampenaren voetballen. En de jongens die niet uit Kampen komen zijn door de jaren heen DOS’er geworden. Dat moet ook het uitgangspunt zijn van DOS: veel Kampenaren en uiteraard het liefst jongens van DOS zelf. Op dit moment zitten er weer een aantal talenten aan te komen. Dennis Diender, Robert van de Meulen, Dennis van de Weidenberg en zo kan ik er nog een aantal noemen. Yoshua van Marle is een talentvolle speler en ook Rob Kabboord is nog jong. Verder komt Lesley de Munnik straks ook weer terug van een blessure. Natuurlijk heb je voor bepaalde posities wat aanvulling van buitenaf nodig en zal ook organisatorisch het een en ander nog moeten verbeteren. Dat laatste begint langzaam maar zeker steeds beter te worden. Er is nu een voetbalcommissie en een managementteam. Organisatorisch moet DOS nog een aantal stapjes zetten. Een club als bijvoorbeeld WHC is verder dan DOS.  Hoewel je je kunt afvragen of je zover wilt gaan, scout men daar al spelers bij de B-jeugd. Ook moet DOS een profielschets opstellen waar een trainer aan moet voldoen.”

MARINUS FAKEN WAS JARENLANG JE KEEPERSTRAINER. WIE IS NU JE KEEPERSTRAINER?

“Gerrit Veldhuizen. Hij is eveneens trainer bij vv Sneek en zijn zoon is keeper bij het eerste van Harkemase Boys. Ondanks het feit dat ik al weer heel wat jaren in het eerste speel leer ik toch veel van hem. Na twaalf/dertien jaar met Marinus goed te hebben samengewerkt is dit weer een nieuwe ervaring. Ik heb veel aan Marinus Faken gehad. Komt natuurlijk ook omdat hij zelf altijd op een heel hoog niveau heeft gespeeld. Hij heeft mij ook altijd gesteund.”

 

                    

 

DE TOMBOLA IN DE HOOFDKLASSE C DRAAIT ONDERTUSSEN VOLOP. TOT NU TOE IS ER GEEN GEDOODVERFDE DEGRADANT AAN TE WIJZEN. ERVAAR JE DAT ALS EEN VOOR- OF EEN NADEEL?

“Op het eind van rit kun je inderdaad zo weer op een degradatieplaats belanden. Of op de positie voor een promotie-/degradatiewedstrijd. Dat is een nadeel. Aan de andere kant is het een voordeel dat elke week ploegen tegen elkaar spelen die in degradatienood verkeren. Ik denk trouwens dat we dit seizoen heel veel punten nodig hebben.”

BIJ DOS KUNNEN DE SUPPORTERS HET BEGRIP PROMOTIE-/DEGRADATIEWEDSTRIJD NIET MEER HOREN.

“Daar hebben we er inderdaad genoeg van gehad. Het zijn en blijven zenuwslopende wedstrijden. Vooral die tegen Zuidvogels. Dat is de meest legendarische wedstrijd die ik ooit heb gepeeld. Hoewel ik die 6-0 tegen Go-Ahead ook legendarisch vond.”

WIJ ONTKOMEN ER NIET AAN. DE DATUM 24 NOVEMBER 2007 STAAT VOOR DE DEUR. WAAROM WINNEN WIJ VAN HUN?

“Dat zijn altijd gevaarlijke uitspraken. Het wordt wel tijd dat wij weer eens een keer winnen. We hebben nu drie derby’s oprij verloren en kunnen niet altijd op die 6-0 blijven teren. Ik denk dat de ploegen redelijk aan elkaar gewaagd zijn. Wellicht is Go-Ahead favoriet voor de wedstrijd van 24 november.”

GO-AHEAD OOGT MET DE AANWINSTEN DRAGANOVIC EN SUPÈR BETER DAN VORIG SEIZOEN. OP MIDDENWETERIN GAAN ZE DAN OOK UIT VAN EEN ROOD/GELE DRIEPUNTER.

“Op voorhand kun je nooit zeggen wie er wint. In dergelijke wedstrijden spelen allerlei omstandigheden mee. De laatste wedstrijden tegen Go-Ahead hebben wij het laten afweten. Het wordt nu dus weer een keer tijd dat wij winnen. Ik vind het persoonlijk altijd mooie wedstrijden om mee te maken. Als je het veld opkomt en al het publiek ziet: kippenvel. Daarnaast weet je natuurlijk ook hoe mooi het is als je zo’n wedstrijd wint. Voor zover ik nu weet zijn beide ploegen compleet. Ik verheug mij erop.”

DE TOPKLASSE WORDT BINNEN AFZIENBARE TIJD INGEVOERD. HOE KIJK JIJ DAAR TEGEN AAN?

“De bedoeling van die Topklasse is om voor de doorstroming te zorgen tussen betaald voetbal en amateurvoetbal. Maar topamateurclubs als IJsselmeervogels en Spakenburg zitten helemaal niet op een Topklasse te wachten. Van mij persoonlijk hoeft het ook niet. De hoofdklasse is nu het hoogste niveau en met de komst van die Topklasse is dat niet meer het geval. Daar komt bij dat met de komst van die Topklasse het niveau van de hoofdklasse minder wordt. De clubs in de Topklasse halen dan de spelers bij de hoofdklassers weg. Zo ontstaat er nog meer concurrentie. Verder ben ik van mening dat een wedstrijd tegen Sportclub Genemuiden voor een club als DOS leuker is dan een wedstrijd tegen Veendam.”

HET WOORD KUNSTGRAS VIEL ZOJUIST AL EEN KEER. DAT IS NAMELIJK EEN ANDERE ONTWIKKELING DIE MOMENTEEL SPEELT. WAT HEEFT JOU VOORKEUR: GRAS OF KUNSTGRAS?

“Gewoon met smerige kleren het veld weer afstappen. Echt gras dus. Dat is toch veel leuker. Het onverwachte van een polletje waardoor de bal plotseling een ander kant op vliegt is bij kunstgras verdwenen. Op televisie doet voetballen op kunstgras mij denken aan een zaalsport. Al denk ik wel dat over een jaar of tien er overal op kunstgras wordt gevoetbald.”

EEN PAAR JAAR GELEDEN HAD DOVO BELANGSTELLING VOOR JE. WAAROM BEN JE DAAR NIET OP INGEGAAN?

“Ten eerste omdat DOS mijn club is geworden. Daar neem je niet gemakkelijk afscheid van. Ik vond het daarnaast moeilijk te bereizen. Natuurlijk heb ik er wel over nagedacht. Maar toen ik alles op een rij had gezet besloot ik toch bij DOS te blijven. Geld is belangrijk, maar het was het mij niet waard om DOS daarvoor te verlaten. Hoewel ik niet bij DOS ben begonnen heb ik wel binding met de club en heb ik mijn vrienden bij DOS. Nee, van de kant van DOVO zijn geen geldbedragen genoemd.”

TOT SLOT DE VRAAG. WIL JE NOG WAT KWIJT?

“Ja. Dat is dat DOS Kampen toch een aparte club is. Een club waar zowel spelers als supporters trots op kunnen zijn. En tegen de Duckside zou ik willen zeggen: ga zo door. We vinden het altijd weer geweldig als jullie ook bij de uitwedstrijden aanwezig zijn!”

 

Laurens Hooisma - foto's Rein Teune

   TOP